Historische Lezing: Grafheuvels op de Veluwe

Historische lezing: Grafheuvels op de Veluwe

Wanneer?

Datum

maandag 11 oktober 2021


Tijd

19.30 - 21.30 uur (inloop vanaf 19.00 uur)

Waar?


Kade 10

Westkadijk 10

3861 MB Nijkerk

Kosten?


Prijs € 8,50 p.p.

Start: gegarandeerd


Minimaal aantal deelnemers: n.v.t.

Maximaal aantal deelnemers: 100

Maarten Wispelwey en Wilson Hoogers nemen ons mee zo'n 6000 jaar terug in de tijd en vertellen ons meer over de bewoners die toen leefde op de Veluwe in de omgeving van het hedendaagse Putten.
 
In juli 2019 zijn o
p de Veluwe enkele honderden potentiële nieuwe grafheuvels ontdekt. Vrijwilligers hebben speciale, digitale kaarten van het gebied onderzocht, waarop de potentiële grafheuvels te zien zijn. Daarnaast zijn er ook meerdere vierkante kilometers van eeuwenoude akkersystemen ontdekt op de Veluwe. Maarten was als archeoloog betrokken bij dit onderzoek, en komt ons uit 1e hand hierover vertellen.


De oudste sporen van menselijke bewoning op de Veluwe dateren van zo'n 6000 jaar geleden.


Landbouw en ruilhandel

Nadat de mens de ploeg had uitgevonden en had bedacht dat er ook trekdieren rondliepen, was het mogelijk om meer voedsel te gaan produceren en ook de buurman van voedsel te voorzien. De boer probeerde daarvoor in ruil andere benodigdheden terug te ontvangen. Zo ontstond over de hele wereld, zo ook rondom Putten, het prille begin van de landbouw en de ruilhandel. Vroege sporen van akkerbouw zijn de zogenoemde 'celtic fields'. Dit zijn kleine rechthoekige en door een aarden walletje omgeven akkers. 

Grafheuvels

Hetgeen we van de vroegste bewoners in onze streken weten, laten onder andere de vele grafheuvels ons zien. Er zijn voorwerpen in gevonden die gemaakt zijn van klei (aardewerk), been, steen en later brons en ijzer. Daarnaast zijn er veel vuurstenen gereedschappen aangetroffen. In de Puttense bossen liggen nog veel van die grafheuvels. Grote grafheuvels duiden op de bijzetting van de lichamen van belangrijke personen of soms van hele families. De grafheuvel is te vergelijken met de steen die tegenwoordig op graven wordt geplaatst. 

In de zogenaamde IJzertijd (zevende eeuw v. Chr. tot begin jaartelling) gingen de mensen over op lijkverbranding. Op de begraafplaatsen werd dan de as van de doden in urnen in de grond bijgezet, waarna er een kleine heuvel werd opgeworpen. 


Potjes Hendrik

Grafheuvels hebben veel te lijden gehad van grafrovers die het om de grafgiften te doen was. Soms zijn de aardewerk potten nagemaakt om ze voor veel geld te verkopen als 'echt'. Een berucht figuur in dit opzicht was 'Potjes Hendrik', een stratenmaker uit Putten die eigenlijk Hendrik de Ruyter heette. Hij was geïnteresseerd in archeologie en begon de dingen die hij vond na te maken. Hij werd vervolgens erg succesvol in het verkopen van deze ‘prehistorische schatten’.


Het was archeoloog F. Bursch die hem ontmaskerde door de potjes in water te zetten. Ze vielen direct uit elkaar en dat wees erop dat ze net gebakken waren. Hendrik werd echter nog niet vervolgd omdat de Tweede Wereldoorlog op dat moment uitbrak. Na de oorlog wordt hij uiteindelijk opgepakt in verband met een andere oplichtingszaak. Op dat moment stond hij lokaal al bekend als ‘potjes Hendrik’.


Bron: http://www.overijssel.nl/thema's/cultuur/cultureel-erfgoed/archeologie/sporen-overijssel/dwaalsporen/


Tijdens deze avond komt u meer te weten over onze voorouders die op de Veluwe woonden en leefden. 

Gastspreker: Maarten Wispelwey

 Maarten Wispelwey (1966) was van 2001 tot 2009 werkzaam als gemeentearcheoloog bij de gemeente Apeldoorn. In april 2009 trad hij als regioarcheoloog in dienst bij de Regio Noord Veluwe. Hoewel RNV niet meer als zelfstandig samenwerkingsverband bestaat behartigt hij vanuit de gastgemeente Putten de archeologie voor zes gemeenten.


Zijn opleiding genoot hij in Amsterdam aan het Instituut voor pré- en protohistorie, alwaar hij in 1992 afstudeerde. Voor RAAP Archeologisch Adviesbureau werkte hij in teamverband na zijn studie als archeoloog in Friesland. In opdracht van de provincie Friesland deed het team een waarderend onderzoek naar monumenten. Het terpenproject is één van de grootste projecten in de geschiedenis van RAAP en was aanleiding om een vestiging in Leeuwarden te openen. Naast het onderzoek naar terpen zijn ook stinsterreinen en vuursteensites onderzocht. Met al deze resultaten is een provincie dekkende beleidskaart opgesteld. Vooral de gebiedsgerichte aanpak was vernieuwend voor de Nederlandse archeologie.

In 2001 was Wispelwey één van de bedenkers van het archeologische uitzendbureau Archeowerk en was vervolgens de eerste archeoloog die via het nieuwe bureau werd uitgezonden. Apeldoorn als eerste klant werd vervolgens de vaste werkgever. Naar aanleiding van een consolidatieproject van een aantal grafheuvels in het centrum van Apeldoorn kreeg hij contact met David Fontijn van de Universiteit Leiden. Hun beider enthousiasme over grafheuvels heeft vorm gekregen in een internationaal spraakmakend grafheuvelonderzoek.


Als auteur van het artikel "De toren van Pisa weer scheef" (Archeobrief 2, juni 2008) reageert hij op de noodkreet van universiteiten inzake het doen van wetenschappelijk onderzoek in een Malta-omgeving. Er liggen naar zijn idee voldoende kansen voor universiteiten om in samenwerking met gemeenten wetenschappelijk onderzoek uit te voeren. Het grafheuvelproject is hier een uitstekend voorbeeld van. In de regio Noord-Veluwe zijn mooie onderzoeken uitgevoerd: de dwangburcht van de Hertog van Gelre te Harderwijk, een tweede Romeins marskamp te Ermelo, Rimpeler te Putten.


Als archeoloog verzorgt hij met grote regelmaat lezingen en is hij een welkome gast bij lokale en regionale radio en tv. Momenteel maakt hij zich met Veluwse collegae hard voor het realiseren van een Archeologisch belevingscentrum op de Veluwe.

Gastspreker: Wilson Hoogers

Vandaag de dag is de wereld complex, maar om die wereld en elkaar te begrijpen, zal men het verleden moeten bestuderen.


Voor mij begon mijn interesse voor geschiedenis al toen ik vrij jong was. Mijn ouders namen mij van kleins af aan al mee op reis. Dit waren reizen door Europa, maar ook door de wereld. Geen strandvakantie, maar een natuur- en cultuurvakantie. En op deze manier kom je vanzelf in aanraking met verschillen, maar ook de geschiedenis – het ontstaan – van deze verschillende culturen. Dat vonden ze belangrijk. En ook nu probeer ik zo veel mogelijk van deze wereld en de geschiedenis te zien en te ervaren. Het mag dus ook geen verrassing zijn dat ik nog graag ieder jaar veel op reis ga. Hiernaast ben ik fervent wandelaar. Ieder jaar loop ik de 50 kilometer van de Nijmeegse Vierdaagse. Maar een land is meer dan alleen steden, de natuur zegt ook iets over hoe een land zich heeft gevormd. En die natuur verken ik het liefste op wandelschoenen.


Toch ben ik toevalligerwijs in het onderwijs terechtgekomen. Ook hiervoor heb ik een weg moeten bewandelen. Als middelbare scholier vond ik het vak geschiedenis altijd wel leuk en was ik er ook goed in, maar ik wist niet wat ik wilde worden. Presenteren vond ik maar niks en de lerarenopleiding geschiedenis was een tijdelijke oplossing om met een propedeuse geschiedenis en/of politicologie aan de universiteit te gaan studeren. Maar tijdens die opleiding kwam ik erachter hoe het is om mensen iets te leren, te enthousiasmeren en te interesseren.


Bij mijn volgende stap als docent geschiedenis op het Corderius College in Amersfoort, waar ik nu werk, probeer ik er alles uit te halen wat erin zit. Wat een groot compliment is het om die kinderen te helpen om stapjes te zetten in hun vaardigheden. Een voorbeeld te mogen zijn of hen normen en waarden mee te kunnen geven. Of als kinderen gewoon simpelweg aangeven jouw vak toch leuk te vinden door de manier hoe het wordt vormgegeven. Dan weet je dat je het niet voor niks hebt gedaan.


En ook bij de VUN wil ik jullie blijven enthousiasmeren, maar ook vooral interesseren voor de onderwerpen en dit belangrijke en mooie vak!